Hoofdmenu

U bent hier

20.9 Scrum - Algemene restricties

Primary tabs

(a) Alle spelers: Instorten. Een speler mag niet opzettelijk een scrum laten instorten. Een speler mag niet opzettelijk vallen of knielen in een scrum. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(b) Alle spelers: Bal oppakken in de scrum. Spelers mogen de bal in de scrum niet aanraken met de handen of oppakken met de benen.

Straf: Strafschop

(c) Alle spelers: overige beperkingen om de bal te winnen. Spelers mogen niet proberen om de bal te winnen in een scrum door enig lichaamsdeel te gebruiken behalve de voet of onderbeen.

Straf: Vrije schop

(d) Alle spelers: indien de bal uit een scrum komt, laat hem eruit. Indien de bal een scrum heeft verlaten, mag een speler de bal niet terugbrengen in de scrum.

Straf: Vrije schop

(e) Alle spelers: niet op de bal vallen. Een speler mag niet op of over de bal vallen als de bal uit de scrum komt.

Straf: Strafschop

(f) Locks en flankers: blijven uit de tunnel. Een speler die geen eerste rij speler is, mag de bal niet spelen in de tunnel.

Straf: Vrije schop

(g) Scrumhalf: schoppen in de scrum. Een scrumhalf mag de bal niet schoppen terwijl de bal in de scrum is.

Straf: Strafschop

(h) Scrumhalf: schijnbeweging. Een scrumhalf mag geen actie ondernemen om de tegenstanders te laten denken dat de bal uit de scrum is terwijl de bal nog steeds in de scrum is.

Straf: Vrije schop

(i) Scrumhalf: houdt een flanker vast. Een scrumhalf mag een flanker van de tegenstander niet grijpen of vasthouden.

Straf: Strafschop