Hoofdmenu

U bent hier

20.8 Eerste rij spelers

Primary tabs

(a) Hoeken voor de inworp (‘voet omhoog’). Alle eerste rij spelers moeten hun voeten plaatsen om een vrije tunnel te maken. Totdat de bal de scrumhalf zijn/haar handen heeft verlaten, mogen zij niet een voet omhoog tillen of vooruit steken. Zij mogen niet iets doen om te voorkomen dat de bal correct in de scrum wordt geworpen of de grond op de correcte plaats raakt.

Straf: Vrije schop

(b) Hoeken na de inworp. Zodra de bal de grond raakt in een tunnel, mag een eerste rij speler zijn/haar voet gebruiken om balbezit te winnen.

(c) Uit schoppen. Een eerste rij speler mag niet opzettelijk de bal uit een tunnel schoppen in de richting vanwaar de bal was ingeworpen.

Straf: Vrije schop

(d) Als de bal onopzettelijk wordt uitgekickt, moet hetzelfde team opnieuw de inworp nemen.

(e) Als de bal herhaaldelijk wordt uitgekickt, moet de scheidsrechter dit behandelen als opzettelijk en de overtreder straffen.

Straf: Strafschop

(f) Swinging. Een eerste rij speler mag niet voor de bal hoeken met beide voeten. Geen speler mag opzettelijk beide voeten van de grond halen, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna.

Straf: Strafschop

(g) Draaien, omlaag bewegen of instorten. Eerste rij spelers mogen het lichaam niet draaien, verlagen, of aan tegenstanders trekken, of enig actie maken waardoor de scrum kan instorten, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna.

Straf: Strafschop

(h) Scheidsrechters moeten het opzettelijk laten instorten van de scrum strikt bestraffen. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop

(i) Een tegenstander omhoog tillen of forceren. Een eerste rij speler mag een tegenstander niet optillen of opwaarts uit een scrum forceren, noch wanneer de bal wordt ingeworpen, noch daarna. Dit is gevaarlijk spel.

Straf: Strafschop