Hoofdmenu

U bent hier

22.7 Herstarten na een touch-down

Primary tabs

(a) Indien een aanvallende speler de bal in de tegenstander zijn doelgebied werpt of draagt en de bal gaat daar dood, zal een verdediger die de bal groundt (drukt in het doelgebied) in beide situaties een drop-out worden toegekend. Ook als de bal uitgaat door de aanvallende partij in het doelgebied wordt een drop-out toegekend.

(b) Als een aanvallende speler een knock-on of voorwaartse worp in het speelveld maakt en de bal gaat in de tegenstanders zijn doelgebied en de bal wordt daar dood gemaakt, wordt een scrum toegekend waar de knock-on of voorwaartse worp plaatsvond.

(c) Als, bij een aftrap of drop-out, de bal in de tegenstander zijn doelgebied wordt gekickt zonder te zijn aangeraakt of gespeeld door een speler en een verdedigende speler de bal daar drukt of maakt de bal daar dood zonder vertraging, heeft het verdedigende team twee keuzes: Om een scrum te vormen op het midden van de lijn vanwaar de kick was genomen en zij mogen de bal hierbij ingooien; of Om het andere team de aftrap of drop-out opnieuw te laten doen.

(d) Als een verdedigende speler de bal in het doelgebied gooit of neemt, en een verdedigende speler drukt de bal, en er was geen overtreding, dan herstart het spel door een 5-meter scrum. De positie van de scrum is in lijn met waar de bal gedrukt werd. De aanvallende kant heeft hierbij de inworp.

(e) Als het verdedigende team de bal in het eigen doelgebied heeft gebracht en een verdedigende speler kickt de bal en er vindt een charge-down plaats in het doelgebied en de bal wordt daar dood gemaakt, dan kent de scheidsrechter een 5-meter scrum toe aan het aanvallende team, in lijn met waar de bal is doodgemaakt, en zij nemen hierbij de inworp.