Hoofdmenu

U bent hier

13.9 De bal gaat in het doelgebied

Primary tabs

(a) Als de bal in het doelgebied gekickt wordt, zonder dat deze een speler aanraakt of is aangeraakt door een speler, dan heeft de tegenstander drie keuzes:

  • Om de bal te drukken, of
  • Om de bal dood te maken, of
  • Om verder te spelen.

(b) Als de tegenstander de bal op de grond drukt, als zij de bal doodmaken, of de bal gaat dood door uit in het doelgebied te gaan, hebben zij twee keuzes:

  • Een scrum op het midden van de middenlijn en zij mogen de bal hierbij ingooien, of
  • Om het andere team de aftrap nog een keer te laten nemen.

(c) Als zij voor de keuze gaan om de bal op de grond te drukken of dood te maken, moeten zij dit doen zonder enige vertraging. Iedere andere actie met de bal door een verdedigende speler betekent dat de speler ervoor heeft gekozen om verder te spelen.

(d) Indien de bal geen tien meter aflegt en stopt in het doelgebied van het team wat heeft gekickt en:

  • de bal is “dood” gedrukt door de verdediger, of
  • de bal gaat over de doelzijlijn, of
  • de bal gaat over de achterlijn.

Dan wordt een 5-meter scrum gegeven en mag het aanvallende team ingooien.