Hoofdmenu

U bent hier

6.A.8 De scheidsrechter zijn/haar fluit

Primary tabs

(a) De scheidsrechter moet een fluit dragen en erop fluiten om het begin en het einde van elke helft of wedstrijd aan te geven.

(b) De scheidsrechter heeft het recht om te fluiten en het spel te stoppen op ieder moment.

(c) De scheidsrechter moet fluiten om een score of een touch-down aan te geven.

(d) De scheidsrechter moet fluiten om het spel te stoppen vanwege een overtreding of voor gemeen spel. Indien de scheidsrechter de overtreder waarschuwt of uit het veld zendt, moet de scheidsrechter een tweede keer fluiten wanneer de strafschop of penalty-try wordt toegekend.

(e) De scheidsrechter moet fluiten indien de bal uit is of wanneer het onbespeelbaar is geworden, of wanneer een strafschop toegekend is.

(f) De scheidsrechter moet fluiten indien het gevaarlijk zou zijn om het spel door te laten gaan of wanneer er de kans is dat een speler ernstig geblesseerd raakt.