Hoofdmenu

U bent hier

7. Manier van spelen

Primary tabs

Een wedstrijd wordt gestart door een aftrap.

Na de aftrap mag iedere speler, die in het veld is, de bal pakken en ermee rennen.

Iedere speler mag de bal gooien of trappen. Iedere speler mag de bal geven aan een andere speler.

Iedere speler mag een tegenstander met de bal tackelen, vastpakken of duwen.

Iedere speler mag op de bal vallen.

Iedere speler mag deelnemen aan een scrum, ruck, maul of lineout.

Iedere speler mag de bal drukken in het doelgebied.

Een baldrager mag een hand-off gebruiken om een tegenstander af te weren.

Wat een speler ook doet, het moet overeen komen met de spelregels.