Hoofdmenu

U bent hier

11.1 Buitenspel in open spel

Primary tabs

(a) Een speler die zich in een buitenspel positie bevindt, kan alleen worden bestraft als hij/zij één van de volgende acties onderneemt:

  • zich bemoeit met het spel of,
  • zich voorwaarts beweegt, richting de bal of,
  • verzuimt om aan de 10-meter spelregel te voldoen (spelregel 11.4).

Een speler die zich in een buitenspel positie bevindt, wordt niet automatisch bestraft. Een speler die een niet bedoelde worp voorwaarts ontvangt is niet buitenspel. Een speler kan buitenspel zijn in het doelgebied.

(b) Buitenspel en deelnemen aan het spel. Een speler die buitenspel staat mag niet aan het spel deelnemen. Dit betekent dat de speler de bal niet mag spelen en geen tegenstander mag hinderen in zijn/haar spel.

(c) Buitenspel en voorwaarts bewegen. Indien een teamgenoot van een zich in buitenspel staande speler de bal vooruit heeft getrapt, mag de buitenspel staande speler niet richting de tegenstanders bewegen die wachten om de bal te spelen. De buitenspel staande speler mag ook niet richting de plaats waar de bal landt bewegen, totdat de speler weer on-side is gezet.

Straf: als een speler buitenspel staat in open spel, mag de tegenstander kiezen voor een strafschop op de plek waar de overtreding plaatsvond, of vragen om een scrum op de plek waar het in overtreding zijnde team het laatst de bal speelde. Als de bal voor het laatst werd gespeeld in het doelgebied, wordt een scrum op vijf meter van de doellijn geformeerd, op lijn waar de bal werd gespeeld.