Hoofdmenu

U bent hier

16.7 Onsuccesvol einde aan de ruck

Primary tabs

(a) Een ruck eindigt zonder succes indien de bal onbespeelbaar wordt en een scrum wordt toegekend.

Het team dat voorwaarts beweegt, direct voordat de bal onbespeelbaar werd in de ruck, mag de bal ingooien.

Als geen van beide teams voorwaarts bewoog, of als de scheidsrechter niet kan beslissen welk team voorwaarts bewoog voordat de bal onbespeelbaar werd in de ruck, mag het team dat voorwaarts bewoog voor de ruck de bal ingooien.

Als geen van beide teams zich voorwaarts bewoog, dan gooit het aanvallende team de bal in.

(b) Voordat de scheidsrechter fluit voor een scrum, staat de scheidsrechter een redelijke tijd toe om de bal uit te laten komen, zeker indien één van beide teams zich voorwaarts beweegt. Als de ruck stopt te bewegen, of als de scheidsrechter besluit dat de bal waarschijnlijk niet binnen een redelijke tijd eruit komt, gebiedt de scheidsrechter een scrum.

(c) Wanneer de bal in een ruck duidelijk door een team gewonnen is en de bal is beschikbaar om gespeeld te worden zal de scheidsrechter “Use it” roepen, waarna de bal binnen 5 seconden gespeeld moet worden. Wordt de bal niet binnen vijf seconden gespeeld dan gebied de scheidsrechter een scrum en het team niet in balbezit op dat moment mag de bal ingooien.