Hoofdmenu

U bent hier

16.5 Buitenspel tijdens de ruck

Primary tabs

(a) De buitenspellijn. Er zijn twee buitenspellijnen parallel aan de doellijnen, één voor elk team. Elke buitenspellijn loopt door de achterste voet van de achterste speler in de ruck. Als de achterste voet van de achterste speler op of achter de doellijn is, is de doellijn de buitenspellijn voor het verdedigende team.

(b) Spelers moeten zich of onmiddellijk verbinden aan de ruck, of zich terugtrekken achter de buitenspellijn. Als een speler aan de zijkant van de ruck blijft treuzelen, is de speler buitenspel.

Straf: Strafschop

(c) Spelers die aansluiten of opnieuw aansluiten aan de ruck. Een speler die aansluit aan een ruck moet dit doen van achter de voet van de achterste teamgenoot in de ruck. Een speler mag naast de achterste speler aansluiten. Als een speler aan de ruck aan de kant van de tegenstander aansluit, of voor de achterste teamgenoot, is de speler buitenspel. Een speler mag aan een tegenstander binden op voorwaarde dat de speler niet verder buitenspel staat.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn van het overtredende team

(d) Spelers die niet meedoen aan de ruck. Als een speler voor de buitenspellijn is en niet meedoet met de ruck, dan moet de speler zich onmiddellijk terugtrekken achter de buitenspellijn. Als een speler, die achter de buitenspellijn is, de buitenspellijn overstapt en niet meedoet met de ruck is de speler buitenspel.

Straf: Strafschop op de buitenspellijn van het overtredende team.